SORRY, YET ONLY IN DUTCH! - DESCULPE-ME, AINDA SO EM HOLLANDÊS!
03-04-1912
Pater de Koning Fr. Lauro de Koning 20-06-1979
Sint Franciscus bewonderde
zó veel de eenvoud en het geduld in tegenspoed van Frei Junípero,
dat hij kwam te zeggen: "ja, mijn broers, dat de God moge behagen om mij
'n heel bosh van die "Bessenstruiken" te geven." En werkelijk,
in die 800 jaren van Franciskanisme, zijn er heel wat van die Bessenstruiken
geweest; en één van die "Bessenstruiken" is onze Lauro
zeker geweest, want die wist eenvoudig en blij te zijn te midden van allerlei
moeilijkheden, werkzaamheden en ziekten. Hij wist te relativeren, niet koudweg
en mathematisch zoals die geleerde Einstein, maar in heilige ironie en blijheid
van Frei Juniperus, die echt meende 'n puntje te zijn in ons geweldig heelal
of als 'n druppeltje van de onmetelijke oceaan van de goddelijke goedheid, waar
in Sint Franciscus leefde.
Onze Frans de Koning werd geboren op 03-04 -1912 in Rotterdam, de grootste haven
van Europa. Hij was 14 jaar, toen hij naar ons seminarie ging in Megen, nog
steeds met zijn vele kosthuizen bij die eenvoudige families van dat oude stadje,
zo helemaal omgeven door de rivier de Maas, zo dat de ongeduldige schippers
hem uitscholden: "Megen hier en Megen daar, ik wou dat Megen naar de bliksem
waar!" Maar Megen had zijn klooster, kerk en devote Franciscanen, zo als
de heilige portier Broeder Evaristus: "Het heilige bruurke van Megen."
Uit die Franciscaanse omgeving ging Frans blij en opgewekt, in 1932, naar het
noviciaat (Hoogcruts - Slenafsen) met de naam Fr. Lauro; hij studeerde 2 jaar
filosofie (in Venray), deed zijn eeuwige geloften (in Alverna - Wychen) na één
jaar theologie (08-09-1936) en kwam naar Brasil met zijn collega's Antelmo Kropman,
Carlos Schep, Orêncio Volgels en Sinfrônio van der Voort, begeleid
door Frei Olavo Timmers en Acário (Marino) van den Heuvel en nog enkele
broeders; Cuniberto Sebastiâo en Armínio Getúlio. Op 12
oktober zagen zij Crist-Redentor van de Corcovado, die vanuit de verte een kruis
schijnt te zijn en ons toeroept: "In dit teken zult gij overwinnen!"
En werkelijk, enige Freis hebben overwonnen en andere werden overwonnen: die
2 broeders gingen weg binnen'n jaar en jaren later gingen Antelmo en Sinfrônio
er van door.
De fraters studenten
gingen naar Divinópolis naar dat hoge gebouw -seminarie, dat in 1931
studieklooster was geworden. Enkele dagen erna, op 25-10-1936, dom Inocêncio,
bisschop van Campanha deed er 5 priesterwijdingen, 6 diakens; Lauro met zijn
4 klasgenoten subdiakens en gaf aan frei Osório de tonsuur. Een jaar
later, Dom Antônio dos Santos Cabral, Aardbisschop van Belo Horizonte
deed de wijding van 6 priesters; Lauro en zijn 4 klasgenoten werden diakens
en nog 6 subdiakens. Op 23 oktober 1938, Dom Cabral gaf de priester-wijding
aan Lauro en maar 3 klasgenoten, want Carlos Schep was ziek; en nog 6 diakens
en 4 subdiakens. En Don Cabral, al zo tevreden met zoveel wijdingen, droomde
over nog meer wijdingen.
De fraterstudenten studeerden ijverig hun verplichte vakken en onder leiding
van Frei Odulfo van der Vat, dokter in missieologie, hadden hun studieclubs
over Katholieke Aksie en Amerikanisme met heel interessante geschiedenis, zoals
in 1937 de Inca-civilisatie; de eerste en tweede ontdekking van de Amazona-rivier.
De buitenlandse leningen van Brasil; over Simâo Bolivar en de independensie
van Zuid-Amerika. Over de intellectuele opleving van het Katholicisme in onze
dagen; over fanatieke van Canudios. Over het Integralisme, heel goed uitgelegd
door frei Osório en frei Orlando; zo wat allemaal werden integraliust.
Zij
organiseerden altijd mooi feesten, zoals bij voorbeeld op 18-07-1939, met de
eeuwige geloften van Agostinho Grings en frei José Zerbini, want toen
vond onze Lauro een orkest uit met fluiten, gemaakt van suikerriet; het orkest
stond, zoals frei Osório schreef in S.C. 1939, p.121: "Onder leiding
van onze Lauro, ja die was meesterlijk." Na de studie van vierde theologie
met pastoraal en welsprekendheid, kreeg Laura in oktober 1939 zijn eerste benoeming;
kapelaan in Cabo Verde, waar pastoor was Fr. Bonifácio van Emmerik, nogal
ernstig en alles precies op tijd, 'n stil stadje, weinig feesten, en veel protestanten:
15.000 inwoners, de Parochiekerk, 4 verre kapellen, waar Lauro maandelijks ging
celebreren van zaterdag tot maandag. In het stadje 'n Derde Orde met 'n 100
leden, meisjes Congregatie, ook een voor dienstbeden. Zusters met 'n Weeshuis,
Armenwijk, de mensen wilde 'n ziekenhuis, dat in 1940 er kwam. Lauro kon goed
opschieten met de Pastoor, maar het volk, nogal koud, verdroeg toch de blijde
en geanimeerde Kapelaan met zijn feesten en gulle glimlach. In april 1940 werd
Lauro verplaatst naar Cascadura (Rio de Janeiro), na een maand kwam daar frei
Solano Geubels en ging Lauro naar Cavalcante, vlak naast Cascadura. Lauro, goede
relativiteit, paste zich gauw aan, ook deze parochianen bouwden 'n grote kerk
helemaal van cement, begonnen in 1928 door Frei Leopoldo van Winkel met zijn
Sint Petrus-kerk, helemaal van cement en erg groot. Met Lauro veel feestjes
en tentjes met goede opbrengsten voor de kerk. Er waren goede verenigingen van
geanimeerde Leken: de dames Dionísia, Jandira, Isolina, de organisten
Rosa, Maria van Engenho da Rainha, Gralinda met haar man: kategisten, Jorge
en zijn vrouw hielpen veel (verkochten suiker) Pedro altijd met vis, ook de
koster José, de dokter Antônio Abenante en andere hielpen altijd
met de kategismus, de soep voor de armen, met feesten voor de bouw van de kerk.
Lauro kon best opschieten met dat geanimeerde volk, spontaan. Lauro gaf heel
veel katechismus op de scholen, ook met avondcursussen, vrolijk en opgewekt,
ook in de parochiekerk nog steeds in de geweldige onderkerk. Uitstapjes met
de kinderen door de straten van Cavalcante en Cascadura, ook in de trams: hij
met 'n rode zakdoek om zijn nek, zingend en hollend en liet de tram stoppen:
vriend van Jan en alle man. Zelfs toen frei Brás Berten en Metelo Geven
weggingen en frei Hilário Broekhuysen kwam als pastoor uit Taquari en
Pelotas uit het zuiden, Lauro bleef dezelfde aangename en geanimeerde kapelaan,
met zijn werk en uitstapjes. Hij ging ook gewoon door met zijn huisbezoek in
de zeemans- en bankierswijk. Liefst te voet, ook naar de collega's in Cascadura.
In de pastorie kwam ook verandering door de grote vriend van de pastoor: Dr.
Adroaldo Mesquita Menezes van Taquari, maar die nu Minister van Justicia was
geworden en in Rio woonde, waar hij Hilário en andere Franciscanos zo
veel mogelijk begunstigde en hielp. Bij zijn visites in Cavalcante kwamen ook
zijn vrouw en dochter mee, die op tafel haar kookkunst lieten zien. Heerlijk!
Dr. Adroaldo bewonderde de goede geest van frei Lauro, die bij het ongelovige
volk van Taquari veel goeds zou kunnen doen. In januari van 1943 werd Lauro
naar Taquari verplaatst om de pastoor frei Levino te helpen in die koude godsdienst
van die zuiderlingen, maar was tegenwoordig bij het gouden kloosterfeest van
frei Paulo Stein, Delegaat van heel Zuid-Amerika. Lauro ging naar Muzambinho
in Minas om met de andere Kapelaan Florino Verhagen te helpen, en de pastoor
Querubim Breumelhof te helpen in deze moeilijke, politieke parochie met zijn
2 hardbekkige partijen:
De
P.S.D. = de Staatspartij = pica-paus = groene specht; en de U.D.N. = de volkspartij
met zijn bijnaam: tucanos = de vogelpepervreters! De pastoor Querubim was ook
'n grote politicus van de PSD, ook 'n harde in de politiek, en werd daarom bestreden
door de grote en gevaarlijke Carlos Lacerda van de U.D.N. en die probeerde het
werk van de pastoor te ondermijnen. Maar Querubim zette door en liet zich niet
uit het veld slaan. Hij zorgde goed voor alle arme mensen; bezaten de enigste
bioskoop in Muzambinho, altijd met goede films en 'n mooie opbrengst. De kerk
had veel invloed door haar goede scholen en de pastoor bouwde nog 'n groot en
goed kolege. In de pastorie was het ook niet zo gemakkelijk, want Querubim,
fr. Rodrigo en de leraar Fr. Fabiano hadden ook nogal harde opinies, wat Fr.
Rafael erg vond. Maar Fr. Lauro zeilde daar rustig door heen, 8 jaar lang: veel
katechismus in de kerk, op de scholen, met uitstapjes met krijstocht-kinderen,
bezocht iedere maand 4 grote buitenkapellen en een grote fazendas: 8 jaar lang,
heel blij en goed.
![]()
In juli 1946 werd Lauro pastoor in Cabo Verde, maar bleef daar helemaal alleen,
niet zo gezellig. In februari 1947, ging hij weer naar Muzambinho, waar Fr.
Rodrigo pastoor was en Fr. Querubim directeur van Gymnasium Sint Jozef etc..
In december 1947, na 11 jaar Brasil en 9 jaar priester, ging Lauro naar Holland
om in Rotterdam zijn eerste H. Mis plechtig te celebreren met zijn familie.
Zijn blijheid beheerste al gauw de bemanning en passagiers van de boot
Aldabe, als ook zijn 8 medebroeders. Hij kon geen kwaad doen. Zo kreeg hij
klaar dat de marconist zich liet overhalen om 'n seintje te sturen naar de vader
van Lauro: "de Koning komt: handen op je zakken en waarschuw de politie".
Zijn vader kreeg dat gekke bericht en voor de zekerheid waarschuwde hij de Rotterdamse
politie. Die nam haar maatregelen. Naar de haven, op de boot, niemand mocht
weg. De agenten hielden 'n ernstig gesprek met de kapitein, de marconist en
.. Lauro. De kapitein probeerde Lauro te verontschuldigen: "Die pater
zo veel jaar in 't binnenland van Brasil en nu opeens naar Holland, naar zijn
familie enz. 'n aardigheidje, maar de politie vond het helemaal geen aardigheidje:
"Enfin, voor deze keer en verders geen aardigheidjes uithalen." En
de politie was voorzichtig met Lauro de Koning en blij toen die Koning maar
weer naar Brasil vertrok. Lauro zong heel mooi zijn plechtige H.Mis, had 'n
goede vakantie en kwam weer naar zijn geliefd Brasil, naar Muzambinho, nog steeds
met veel moeilijke politiek. Frei Orêcio Vogels was nu de pastoor en Frei
Irineu zijn kapelaan. Veel kwesties in het onderwijs, bestookt door Carlos Lacerda,
maar verdedigd door de bisschop van Guaxupé. En Lauro zeilde door die
kwesties en deed goed zijn werk tot hij pastoor benoemd werd in 1952 en nog
wel in Cabo Verde, met 'n goede huisgenoot Frei Bonifácio, zijn vroegere
pastoor, die nu als kapelaan van de zusters in het hospitaal ging wonen.
Lauro met veel wanorde in zijn huis was erg zorgvuldig in de kerk en zijn kapel, alles in orde en naar zijn smaak in de Heilige Missen, dopen en trouwerijen, katechismus, verenigingen, liturgiese-boekjes, nieuw altaar enz. Iedereen hield van deze goeie pastoor, zelfs de protestanten waardeerden hem. Frei Bonifácio, werd steeds zieker en stierf 9 augustus 1955, toen Lauro in Holland zijn 25 jaar van Franciskaan herdacht. Maar Lauro kwam weer naar Cabo Verde, nu alleen en voor alles en voor allen, blij en opgewekt in veel werk, ondanks zijn voortdurende hoofdpijn en maagziekte, medicijnen en 'n flinke borrel, rokend die zware Braziliaanse strootjes-cigaretten. In 1961 stierf zijn vader met 82 jaar.
Op de kapittellijst van
1962 staat Lauro als pastoor in Araçuai, in een van de armste streken
van Brasil, 'n hele grote en achterlijke parochie. Maar hij zette door, zoals
hij overal gedaan had en hield van die arme mensen en toestanden, maar het volk
was goed en gelovig, zelfs vriendelijk. Lauro was er gelukkig, blij.Met zijn
jeep kwam hij goed klaar. Zo ook frei Hipólito en frei Marino, de zusters
van Oorschot hadden daar 'n zeer goed college "S. Francisco" in Teófilo
Otoni.
In 1966 ging Lauro op vakantie in Holland. Toen hij terug kwam, werd hij pastoor benoemd in Carlos Chagas met frei Constancio (Mallens) als kapelaan: prachtig die twee aangename en blijde freis. Ze werkten hard in de parochie en kapellen, op college en ziekenhuis-voor-arme mensen. In 1968 kwam daar als pastoor frei Constantirijno en Lauro werd pastoor in Machacalis. Daar had frei Peregrino wel 'n 30 jaar goed gewerkt en bouwde de mooie kerk en prachtige pastorie. De parochianen waren devoot en goed gedisciplineerd. Lauro ging les geven op 't college, blij en geanimeerd. In die streek bestond ook 'n groot dorp van Indianen, ziekelijk, verslaafd aan drank en hielden niet van werken. De paters en zelfs bisschoppen hebben er weinig kunnen doen. De regering verbood later er heen te gaan.
In 1970 inaugureerde Lauro zijn nieuwe ziekenhuis met zijn eigen operatie van 'n breuk; te gauw verliet hij zijn bed om de andere zieken te bezoeken. In 1972 werd zijn 40 jaar Franciscano goed gevierd. Hij kreeg genoeg geld om 'n jeep te kopen, zo hard nodig in die grote parochie van Machalis met Aguas Formosas. Hij vervoerde veel zieken en zelfs grote zakken van de posterijen, want die hadden geen goede jeep.
In 1976 werd frei Afonso Murê ziek en frei Peregrino was op vakantie in Holland. Alles kwam op de schouders van Lauro. Hij kreeg 'n hart aanval en werd naar Governador Valadares gebracht en van daar naar Carlos Prates. Zo goed als beter, kon hij weer naar Machacalis. Hij had zusters weten te krijgen voor Machacalis en die gingen wonen in de geweldig grote pastorie. De bisschop Teófilo Otoni was daar niet mee eens; er moest 'n apart huis gebouwd worden. De bisschop was nog al tegen Lauro, want die kwam nooit naar de vergaderingen van de Clerus. Op 20 maart 1977 kwamen de provinciaal frei Diogo Reesink en frei Odilon Diemel daar op bezoek, zagen de moeilijke toestand, hadden gebrek aan freis en besloten de parochie aan de bisschop terug te geven. En dat gebeurde ook, op 28 maart 1977.
In Belo Horizonte werd Lauro in het ziekenhuis zorgvuldig onderzocht. De dokter raadde hem aan om niet meer te roken en te drinken. Hierop zei Lauro: "Dokter, luister eens goed. U hebt 'n vrouw, kinderen, een gezin. Ik heb geen vrouw, geen kinderen. Laat mij mijn sigaretje en mijn borreltje houden."Steeds goed gekontroleerd, werd Lauro zoveel beter, dat hij in augustus 1978 naar Holland kon gaan. Daar werd zijn jubilee goed gevierd met zijn familie en confraters. Maar hij kwam weer naar Carlos Prates, waar hij de kommuniteit vermaakte met zijn blijheid en grappen: deed zelfs wat zieken bezoeken tot 20 juni 1979, toen hij naar de tv zat te kijken, om 8 uur in die avond en 'n moord zag gebeuren op de TV, én werkelijk, hij schrok zich dood. Hij werd nog gauw bediend: 'n dokter werd geroepen, maar alles te vergeefs. En wat wij verloren dat kregen de hemelingen: een goeie Jeniperus: sappige bessenstruik aan het bosch van Sint Franciscus, dat steeds groter werd en later ons bosch zal zijn.
Dit is door Frei Helano
van Koppen op 1-5-2000 vrij vertaald uit het Portugees.
Wanneer en door wie dit is opgetekend is mij vooralsnog onbekend, in iedergeval
vlak na zijn overlijden in 1979.